ECLI:NL:CRVB:2012:BV2261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens verblijf in buitenland zonder zwaarwegende redenen
Appellant ontvangt sinds 1985 een Wajong-uitkering vanwege een hoge mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft de uitkering ingetrokken per 1 augustus 2009 nadat appellant meldde in het buitenland, te weten Hongarije, te willen wonen. Tevens werd een bedrag van € 2.098,01 teruggevorderd wegens onverschuldigde betalingen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het droge klimaat in Hongarije zijn gezondheidsklachten, waaronder een hartafwijking, epilepsie en gewrichtspijnen, aanzienlijk vermindert. De Raad overwoog dat het exportverbod van Wajong-uitkeringen het uitgangspunt is en dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen geldt. De omstandigheden van appellant voldeden niet aan de criteria voor uitzonderingen zoals vastgelegd in het Besluit Beleidsregels Voortzetting Wajong-uitkering buiten Nederland.
De bezwaarverzekeringsarts had het dossier onderzocht en concludeerde dat er geen dwingende medische noodzaak was voor verblijf buiten Nederland. Appellant was niet onder medische behandeling en bracht geen aanvullende medische informatie in. De Raad zag geen reden om af te wijken van het exportverbod en bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering en de terugvordering worden bevestigd wegens ontbreken van zwaarwegende redenen voor verblijf in het buitenland.