ECLI:NL:CRVB:2012:BV2263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid met psychische component
Betrokkene, werkzaam als poedermaker, viel uit wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering die in de loop der tijd werd herzien van 25-35% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen klachten in 2007 stelde een verzekeringsarts een toename van beperkingen vast per 15 januari 2008, wat leidde tot een herziening van de uitkering per 20 april 2009.
Betrokkene voerde bezwaar aan vanwege beperkte mobiliteit en medicatiegebruik, en vroeg om een psychiatrisch onderzoek. Een medisch adviseur-verzekeringsarts concludeerde dat er mogelijk een psychiatrische factor speelde, maar het UWV stelde dat geen evident psychiatrische stoornis aanwezig was en wees het verzoek af. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aandacht was besteed aan de psychische aspecten en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld dat geen aandacht was besteed aan de psychische kant, verwijzend naar medische rapporten waarin psychische aspecten wel zijn onderzocht. De Raad wijst het verzoek om een psychiatrisch onderzoek niet af als te laat. De Raad draagt het UWV op om een nader standpunt in te nemen over de datum en mate van toegenomen arbeidsongeschiktheid, met het oog op finale geschilbeslechting.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige beoordeling van zowel lichamelijke als psychische factoren bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en de noodzaak voor het bestuursorgaan om een afgewogen besluit te nemen over de gevolgen van toegenomen beperkingen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nader standpunt in te nemen over de toegenomen arbeidsongeschiktheid.