ECLI:NL:CRVB:2012:BV2298

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4323 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning loongerelateerde WGA-uitkering en procesbelang bij hoger beroep

In deze zaak gaat het om de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering aan appellante, die in hoger beroep is gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Breda. De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellante geen recht had op een uitkering ingevolge de Wet WIA, omdat zij op de relevante datum minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het Uwv had echter later het bezwaar van appellante gegrond verklaard en haar een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 35,94%.

Tijdens de zitting heeft appellante aangegeven dat zij geen aanspraak wil maken op een IVA-uitkering, maar op een WGA-uitkering met een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage. De Centrale Raad van Beroep heeft zich vervolgens de vraag gesteld of appellante voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. De Raad heeft vastgesteld dat, ongeacht de uitkomst van de procedure, het resultaat voor appellante geen feitelijke betekenis kan hebben, omdat haar uitkering al was toegekend.

Daarom heeft de Raad het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard. De Raad heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 27 januari 2012, waarbij de Raad in het openbaar heeft geoordeeld dat de hoogte van de uitkering voor appellante niet afhankelijk is van de mate van arbeidsongeschiktheid, zolang deze ten minste 35% bedraagt. De Raad heeft ook opgemerkt dat appellante de mogelijkheid heeft om bezwaar te maken tegen een nieuw besluit dat betrekking heeft op de beëindiging van haar loongerelateerde WGA-uitkering.

Uitspraak

11/4323 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 22 juni 2011, 10/1011 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.J.H. Roebroek, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te ?’s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2011. Appellante is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. Roebroek. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. W.M.P.F. Oosterbos.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 11 augustus 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante met ingang van 22 juni 2009 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet WIA is ontstaan omdat zij op deze datum minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
1.2. Bij besluit van 12 februari 2010 heeft het Uwv het bezwaar van appellante hiertegen gegrond verklaard en appellante meegedeeld dat zij vanaf 22 juni 2009 een loongerelateerde WGA-uitkering krijgt. Daarbij is vastgesteld dat appellante meer dan 35% maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is, namelijk 35,94.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen dat besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante gesteld dat onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen. Ter zitting heeft appellante desgevraagd aangegeven dat zij geen aanspraak wil maken op een IVA-uitkering, maar op een WGA-uitkering met een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage dan 35,94.
4.1. De Raad ziet zich geplaatst voor de vraag of appellante, nu het besluit van 12 februari 2010 de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering behelst, voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (zoals neergelegd in de uitspraak van 24 november 2010, LJN BO4946, en de uitspraak van 15 april 2011, LJN BQ1755) is daarvoor bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.
4.2. De Raad overweegt dat het in de situatie van appellante voor de hoogte van haar uitkering niet uitmaakt wat de mate van arbeidsongeschiktheid is, zolang deze ten minste 35% bedraagt. De in geding zijnde loongerelateerde WGA-uitkering is per 22 november 2011 geëindigd, in verband waarmee appellante een nieuw besluit heeft ontvangen waartegen zij – indien zij het daar niet mee eens is – bezwaar kan maken. Het staat appellante vrij om in het kader van die beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid alle relevant geachte medische en/of arbeidskundige bezwaren aan te voeren, ook de bezwaren die in de onderhavige procedure zijn aangevoerd.
Daarnaast stelt de Raad vast dat niet is gebleken dat appellante gedurende de looptijd van het recht op de loongerelateerde WGA-uitkering gevolgen heeft ondervonden als gevolg van (eventueel resterende) re-integratieverplichtingen.
4.3. De Raad is, gelet op hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2, van oordeel dat het resultaat dat appellante in deze procedure nastreeft, ook indien dat tot het gevolg zou hebben dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid wordt gesteld op 80% of meer, geen feitelijke betekenis voor haar kan hebben. Dit brengt met zich mee dat het hoger beroep van appellante vanwege het komen te ontvallen van het procesbelang niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2012.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) J.R. Baas.
JL