ECLI:NL:CRVB:2012:BV2515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens toekenning uitkering hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV betreffende haar WIA-uitkering. Het UWV heeft bij besluit op bezwaar vastgesteld dat appellante recht heeft op een loongerelateerde uitkering op grond van de Wet WIA, waarbij zij is ingedeeld in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse (80-100%).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen belang meer heeft bij de beoordeling van haar hoger beroep, omdat zelfs als haar standpunt over haar beperkingen zou worden gevolgd, dit niet kan leiden tot een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse dan reeds toegekend. Het argument van appellante dat de uitkering onvoldoende is om van rond te komen, verandert hieraan niets, aangezien de hoogte van de uitkering wordt vastgesteld op basis van wettelijke criteria en niet op basis van de persoonlijke behoefte aan inkomen.
De Raad wijst tevens op de transparantie van de berekening van de uitkering zoals weergegeven in het besluit van 31 maart 2011. Gezien deze overwegingen verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij reeds een uitkering ontvangt in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse.