ECLI:NL:CRVB:2012:BV2600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- W.F. Claussens
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenverklaring WWB
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was kortdurend in dienst bij Albert Heijn. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde de uitkering tijdelijk stop vanwege onvolledige inkomstenverklaring. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, die het College niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank vernietigde het besluit van niet-ontvankelijkheid voor zover het betrekking had op de inkomstenverklaring, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de verklaring geen besluit is.
In hoger beroep handhaafde appellante haar bezwaren, met name tegen de proceskostenvergoeding en de vermeende schade door de blokkering van de uitkering. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de proceskostenvergoeding vaststelde conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en dat er geen sprake was van schade omdat de uitkering niet daadwerkelijk was stopgezet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarbij het bezwaar tegen de inkomstenverklaring niet-ontvankelijk blijft en geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de inkomstenverklaring en wijst het hoger beroep af.