ECLI:NL:CRVB:2012:BV2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot ANW
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot die een ouderdomspensioen ontving uit Marokko. De Sociale verzekeringsbank weigerde de uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat noch verplichte noch vrijwillige verzekering voor de ANW bestond en dat het internationale verdrag tussen Nederland en Marokko geen recht op uitkering gaf. Ook haar medische situatie werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
In hoger beroep herhaalde appellante haar argumenten, maar de Raad zag geen reden het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees een beroep op artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht af.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier H.L. Schoor op 3 februari 2012. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van verzekering van de echtgenoot voor de ANW.