ECLI:NL:CRVB:2012:BV2897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen eerste AOW-besluit en ongegrondverklaring beroep tegen tweede besluit
Appellante verzocht in 2006 om een AOW-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit aanvankelijk af omdat appellante niet verzekerd zou zijn geweest. Bij besluit 1 werd het bezwaar ongegrond verklaard, waarna appellante in beroep ging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep gaf de Svb aan dat besluit 1 niet gehandhaafd zou worden en verving dit door besluit 2, waarin appellante recht kreeg op 80% van het volledige AOW-pensioen met ingang van 1 juli 2005. De Raad overwoog dat appellante geen belang meer had bij het hoger beroep tegen besluit 1 en verklaarde dit deel niet-ontvankelijk.
Het beroep tegen besluit 2 werd ongegrond verklaard omdat dit besluit tegemoet kwam aan de stelling van appellante en zij geen gronden tegen dit besluit had aangevoerd. De Raad besloot tevens dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.