ECLI:NL:CRVB:2012:BV3158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing bijzondere bijstand voor aanvullende ziektekostenverzekering
Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor de kosten van het verplicht eigen risico en de premie van een uitgebreide aanvullende ziektekostenverzekering over 2008. Het college wees de aanvraag af, behalve een gedeeltelijke tegemoetkoming voor de aanvullende verzekering tot het niveau van de gemeentelijke collectieve verzekering.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de extra kosten van de uitgebreide aanvullende verzekering niet noodzakelijk zouden zijn, en gaf het college opdracht dit opnieuw te beoordelen. Het beroep tegen de afwijzing van het eigen risico bleef ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat bijzondere individuele omstandigheden bestonden die de extra kosten van de aanvullende verzekering noodzakelijk maakten. Ook was geen sprake van zeer dringende redenen voor bijstand bij het eigen risico. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad benadrukte dat het college appellanten voldoende gelegenheid had geboden hun standpunt te onderbouwen, maar dat appellanten dit niet concreet hadden gedaan. De keuze voor het eigen risico is een bewuste wettelijke regeling die een passende voorliggende voorziening vormt, waardoor bijstand hiervoor in principe niet wordt verleend.
De uitspraak werd gedaan door C. van Viegen, in aanwezigheid van griffier R. Scheffer, op 8 februari 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor het eigen risico en de extra kosten van de aanvullende verzekering wordt bevestigd.