ECLI:NL:CRVB:2012:BV3329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag herzien
Appellante is sinds januari 2004 arbeidsongeschikt vanwege psychische klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV wees dit verzoek in januari 2006 af op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die haar beperkingen onvoldoende weerspiegelde.
De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep herhaalde appellante dat zij ernstig beperkt is in haar fysieke en psychische belastbaarheid, onderbouwd met medische verklaringen.
De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in die concludeerde dat appellante meer beperkingen heeft dan in de FML waren opgenomen, vooral op persoonlijk en sociaal functioneren, en niet in staat is voltijds te werken. De Raad volgt dit deskundigenoordeel en oordeelt dat het UWV-besluit onvoldoende medische grondslag heeft, waardoor het besluit in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen, eventueel met een aanvullende arbeidskundige rapportage, en een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen en de medische grondslag in overeenstemming te brengen met het deskundigenoordeel.