Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BV3476

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/1293 WW + 11/369 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake een besluit van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij geheel aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.

De Raad voor de Rechtspraak stelde vast dat het hoger beroep terecht was ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet kon het UWV worden veroordeeld in de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken.

De Raad begrootte de proceskosten op € 1.771,--, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. De vergoeding van het griffierecht werd aan appellant gelaten om rechtstreeks bij het UWV te vorderen. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van deze proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 februari 2012, waarbij het onderzoek ter zitting achterwege bleef met instemming van partijen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant van € 1.771,-- na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

09/1293 WW en 11/369 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 20 januari 2009, 08/1011
(aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 8 februari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.J. van der Schaft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2010. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. H.J. van der Schaft. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Reitsma.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een vraagstelling doen uitgaan aan het Uwv.
Het Uwv heeft op 6 januari 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Deze zaak is geregistreerd onder nummer 11/369 WW.
Bij brief van 26 januari 2011 heeft mr. Van der Schaft op het besluit van 6 januari 2011 gereageerd.
Het Uwv heeft nadere stukken ingediend.
Het Uwv heeft op 7 november 2011 wederom een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 15 november 2011 heeft mr. Van der Schaft namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken aangezien met de nieuwe beslissing op bezwaar van 7 november 2011 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Het Uwv heeft in de nieuwe beslissing op bezwaar van 7 november 2011 de proceskosten gedeeltelijk betrokken zodat thans nog de in beroep en in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling staan.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 1.127,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.771,--.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.771,--.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van
A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2012.
(get.) B.M. van Dun.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
TM