ECLI:NL:CRVB:2012:BV3685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks agorafobie en vervoersbeperkingen
Appellante, voormalig leerkracht, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. In 2008 verlaagde het UWV deze uitkering naar 45-55%, wat appellante aanvocht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medisch oordeel van de onafhankelijke psychiater Thomassen en de bezwaararbeidsdeskundige volgde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar agorafobie haar belemmerde om zelfstandig naar werkplekken te reizen, en dat de rechtbank het rapport van Thomassen verkeerd had geïnterpreteerd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen, welke hier niet zijn gebleken.
De Raad concludeerde dat de beperkingen door Thomassen zorgvuldig waren vastgesteld en adequaat waren vertaald in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), inclusief de vervoersvoorzieningen. De bezwaararbeidsdeskundige achtte appellante geschikt voor de geduide functies, mede door de mogelijkheid van begeleiding en vervoersvoorzieningen. De Raad zag geen reden om het oordeel van de deskundigen te herzien en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.