ECLI:NL:CRVB:2012:BV3701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling toeslag WAO-uitkering door UWV
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de toeslag op haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij meent dat de toeslag onjuist is berekend en dat het vakantiegeld ten onrechte niet is meegenomen. Het UWV stelde de toeslag vast op €8,02 bruto per dag, exclusief vakantiegeld, wat neerkomt op €174,44 bruto per maand.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV de toeslag op goede gronden heeft vastgesteld, waarbij het relevant sociaal minimum en de hoogte van de WAO-uitkering als uitgangspunt zijn genomen. Daarnaast heeft appellante recht op een vakantie-uitkering van 8% van de toeslag.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat de toeslag feitelijk niet aan haar wordt uitgekeerd vanwege de heffingskorting, waardoor zij dubbele belasting zou betalen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich echter aan bij het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, omdat het betoog van appellante geen steun vindt in het recht.
De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de toeslag correct heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep af.