ECLI:NL:CRVB:2012:BV3877

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-409 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbWet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek herziening weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

Appellant verzocht om herziening van een besluit van het UWV waarin hem een Wajong-uitkering werd geweigerd omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en overwoog dat de medische complicaties van appellant zich voordeden vóór het oorspronkelijke besluit, zodat deze geen nieuwe feiten vormden. Tevens stelde de rechtbank dat appellant niet in aanmerking kwam voor de uitkering omdat de wachttijd niet was voltooid.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt zonder nieuwe gronden of medische gegevens aan te voeren. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van het verzoek om herziening. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de weigering van een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

11/409 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2010, 10/1142 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 februari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.J.G. Tijhuis, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2011. Appellant, noch zijn gemachtigde, is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Dijkstra.
II. OVERWEGINGEN
1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari 2010.
2.1. Bij besluit van 13 januari 2009 heeft het Uwv geweigerd om aan appellant met ingang van 13 augustus 2008 een Wajong-uitkering toe te kennen omdat hij vanaf 13 augustus 2007 niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. Appellant heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.
2.2. Appellant heeft het Uwv verzocht om herziening van het besluit van 13 januari 2009. Bij besluit van 12 januari 2010 is het verzoek afgewezen omdat er niet sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij besluit van eveneens 12 januari 2010 heeft het Uwv aangegeven dat voor zover de eerdere door appellant op 1 juli 2009 ingezonden aanvraag opgevat moet worden als een nieuwe aanvraag wegens toegenomen beperkingen, deze aanvraag wordt afgewezen.
2.3. Bij besluit van 31 maart 2010 heeft het Uwv het bezwaar gericht tegen de besluiten van 12 januari 2010 ongegrond verklaard.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 31 maart 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek om herziening van het besluit van 13 januari 2009 terecht is afgewezen. Uit de overgelegde medische stukken blijkt weliswaar dat appellant vanwege ernstige complicaties meerdere malen is opgenomen en dat appellant moest overgaan op een frequente hemodialyse in het dialysecentrum, maar deze omstandigheden hebben zich voorgedaan vóór het nemen van het besluit van 13 januari 2009 zodat dit geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb zijn. De rechtbank heeft voorts overwogen dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant niet (alsnog) voor een Wajong-uitkering in aanmerking komt. Het Uwv heeft in deze omstandigheden terecht geoordeeld dat het antwoord op de vraag of er sprake is van toegenomen beperkingen niet relevant is omdat appellant de wachttijd niet voltooid heeft.
4. De Raad oordeelt als volgt.
5. Appellant is in hoger beroep onveranderd van mening dat hem ten onrechte een Wajong-uitkering is geweigerd. Hij heeft hiervoor gronden aangevoerd die ook al in beroep zijn aangevoerd en door de rechtbank zijn besproken. In hoger beroep zijn die gronden herhaald waarbij appellant niet heeft aangegeven waarom naar zijn opvatting het oordeel van de rechtbank onjuist is. Evenmin zijn er nieuwe medische gegevens in geding gebracht. De Raad is van oordeel dat de rechtbank die gronden op juiste wijze heeft besproken en op juiste wijze heeft gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank.
6. Uit hetgeen onder 5 is overwogen volgt dat het hoger beroep faalt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2012.
(get.) J. Brand.
(get.) L. van Eijndthoven.
KR