ECLI:NL:CRVB:2012:BV6036
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkeringen op grond van WUV en WUBO wegens ontbreken causaal verband met internering
Appellant, geboren in 1945 in het interneringskamp Bangkinang te Padang, heeft aanvragen ingediend voor uitkeringen en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo). Hij stelde lichamelijke en psychische klachten te hebben als gevolg van de slechte oorlogsomstandigheden en internering.
Verweerder erkende appellant als vervolgde en als getroffen door oorlogsgeweld, maar wees de aanvragen af omdat de klachten niet direct door de vervolging of oorlogsgeweld waren veroorzaakt. Medische adviezen concludeerden dat lichamelijke klachten familiair of constitutioneel waren en psychische klachten samenhingen met latere levensgebeurtenissen, niet met de korte interneringsperiode.
De Raad vond geen aanleiding om aan de medische oordelen te twijfelen en oordeelde dat een indirect verband, zoals tweede generatie problematiek, niet voldoende is voor toekenning. Tevens kan een ongeboren vrucht niet als burger-oorlogsslachtoffer worden aangemerkt en speelt de periode van internering van de moeder geen rol.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van causaal verband tussen klachten en internering.