ECLI:NL:CRVB:2012:BV6118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H. Bolt
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 21 september 2007 in, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant maakte bezwaar en bracht medische verklaringen in, maar het UWV baseerde het besluit op een medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde het oordeel van de door haar benoemde onafhankelijke deskundige, psychiater Rübsaam, die concludeerde dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel feiten en omstandigheden waren om van dit oordeel af te wijken, waaronder een medisch verslag van 2011 en een psychiatrisch onderzoek uit 2010.
De Raad oordeelde dat deze stukken niet relevant waren voor de gezondheidstoestand op de peildatum 21 september 2007 en dat het deskundigenonderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd was. Ook was het niet nodig te wachten op het psychiatrisch onderzoek uit 2010, omdat dit niet gericht was op de relevante datum. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 21 september 2007 wordt bevestigd.