ECLI:NL:CRVB:2012:BV6120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 65-80%
Appellant, die van 1999 tot 2005 een WAO-uitkering ontving, kreeg vanaf 2 oktober 2008 opnieuw een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%. Het UWV verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze toekenning ongegrond. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en de passende functies adequaat waren gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat door toegenomen epileptische aanvallen en krachtsverlies in handen en vingers hij niet in staat was te werken, en dat de functies te zwaar waren. Hij overhandigde een brief van zijn neuroloog ter ondersteuning. De Raad overwoog echter dat deze nieuwe argumenten niet tot een ander oordeel leidden dan de rechtbank eerder had gedaan. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, waarin de epileptische aanvallen en hun gevolgen werden beoordeeld, werd als overtuigend beschouwd.
Met betrekking tot het krachtsverlies in handen en vingers stelde de Raad dat de WSW-beoordeling niet gelijk is aan de WAO-beoordeling en bovendien niet op de datum in geding ziet. Een aanvullend onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen duidelijke structurele stoornis was en dat beperkingen in fijne motoriek niet noodzakelijk waren. De Raad achtte dit onderzoek zorgvuldig en zag geen reden om hieraan te twijfelen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de WAO-uitkering met 65-80% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.