ECLI:NL:CRVB:2012:BV6409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en beëindiging IOAZ-uitkering zonder terugvordering
Appellant ontving een IOAZ-uitkering die per 4 juli 2008 werd beëindigd wegens werkaanvaarding en intrekking over de periode 2 augustus 2007 tot 3 juli 2008. Het college besloot de ten onrechte verstrekte uitkering over 2 augustus 2007 tot 31 mei 2008 niet terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het college bevoegd was het besluit ten nadele van appellant te herroepen zonder strijd met algemene rechtsbeginselen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college onterecht van deze bevoegdheid gebruik maakte.
De Raad overwoog dat de intrekking niet met terugwerkende kracht plaatsvond en dat appellant tijdig was geïnformeerd over de beëindiging. De situatie rechtvaardigt geen afwijking van de wettelijke regels en geen kennelijke onredelijkheid. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en beëindiging van de IOAZ-uitkering zonder terugvordering worden bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.