ECLI:NL:CRVB:2012:BV6842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg
Appellant woonde vanaf 25 juli 2007 samen met [K.] op hetzelfde adres en ontving bijstand als alleenstaande. Na onderzoek concludeerde het college dat appellant vanaf 5 februari 2010 een gezamenlijke huishouding voerde met [K.], waarop de bijstand werd ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen wederzijdse zorg verleende aan [K.] vanwege zijn gezondheidsklachten en financiële afhankelijkheid. De Raad oordeelde dat er wel sprake was van wederzijdse zorg, onder meer omdat appellant voor [K.] boodschappen deed, klusjes verrichtte en samen met haar at. De zorg die [K.] aan appellant verleende deed hieraan niet af.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het college geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan dat er geen gezamenlijke huishouding bestond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit tot intrekking van de bijstand. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg wordt bevestigd.