ECLI:NL:CRVB:2012:BV7065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid werkgever bij bezwaar tegen intrekking IVA-uitkering wegens ontbreken concreet belang
Appellant, voormalig werknemer, had recht op een IVA-uitkering die het UWV later introk. Werkgeefster maakte bezwaar tegen het besluit waarbij zij als belanghebbende werd aangemerkt. De Raad stelde vast dat werkgeefster in haar bezwaar geen concreet belang had en ook geen vordering formuleerde die haar belang zou onderbouwen.
De Raad benadrukte dat het enkele feit dat een werkgever als categoraal belanghebbende wordt beschouwd niet automatisch betekent dat deze ook een concreet belang heeft bij bezwaar of beroep. Dit vereist dat het resultaat dat met het bezwaar wordt nagestreefd daadwerkelijk bereikt kan worden en voor de betrokkene feitelijke betekenis heeft.
Omdat het UWV geen onderzoek had verricht naar het concrete belang van werkgeefster en zij zelf geen concreet belang aannemelijk had gemaakt, werd haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, evenals het bestreden besluit van het UWV. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar van de werkgever is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een concreet belang.