ECLI:NL:CRVB:2012:BV7116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering AOW-toeslag ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving een toeslag op zijn AOW-pensioen die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd herzien vanwege het inkomen van zijn partner, waardoor hij vanaf mei 2006 geen recht meer had op toeslag. De Svb vorderde €4.128,16 terug, wat appellant betwistte met een beroep op bijzondere omstandigheden zoals ziekte en hoge ziektekosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen dringende redenen had aangevoerd en niet aannemelijk had gemaakt dat de ziektekosten voor zijn rekening kwamen. Ook werd vastgesteld dat appellant ten tijde van de invordering niet in Nederland woonde, waardoor geen beslagvrije voet van toepassing was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij sinds april 2008 in Nederland woonde en dat de terugvordering onredelijk was vanwege zijn situatie. De Raad oordeelde dat appellant zijn woonplaats pas in 2009 naar Nederland had verlegd en dat de rechtbank haar onderzoeksplicht niet had geschonden. De weigering tot vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure werd eveneens bevestigd. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het te veel ontvangen AOW-pensioen en wijst het beroep van appellant af.