ECLI:NL:CRVB:2012:BV7127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht bij autotransacties
Appellant ontving sinds 1998 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Roermond trok bij besluit van 10 juli 2008 de bijstand over meerdere maanden in en vorderde de gemaakte kosten terug, omdat appellant niet had gemeld dat kentekens van auto’s en een aanhangwagen op zijn naam stonden en deze waren overgedragen aan derden. Tevens werd de langdurigheidstoeslag ingetrokken en teruggevorderd en werd een maatregel opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij stelde dat hij slechts vriendendiensten verrichtte door te bemiddelen bij de aankoop van auto’s en dat hij hiervoor geen inkomsten ontving. De Raad stelde vast dat appellant regelmatig kentekens op zijn naam had staan en dat hij deze auto’s en aanhangwagen aan derden had overgedragen zonder dit aan het college te melden.
De Raad oordeelde dat het doorverkopen of bemiddelen bij auto’s op geld waardeerbare activiteiten zijn en dat appellant daarmee de inlichtingenplicht had geschonden. Omdat appellant geen controleerbare gegevens over inkomsten verstrekte, kon niet worden vastgesteld of hij recht op bijstand had. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering bevestigd.