ECLI:NL:CRVB:2012:BV7183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten verblijfsprocedures echtgenoot
Appellante, afkomstig uit Afghanistan en inmiddels met Nederlandse nationaliteit, vroeg bijzondere bijstand aan voor griffierechten en eigen bijdrage voor gefinancierde rechtshulp in procedures ter voorkoming van uitzetting en voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor haar echtgenoot.
Het college wees de aanvraag af omdat de echtgenoot geen rechthebbende is volgens de WWB en de kosten niet voor appellante zelf zijn gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelde dat de gevraagde kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan van appellante kunnen worden aangemerkt en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat het niet verlenen van bijzondere bijstand geen onaanvaardbare inbreuk op haar privé- of gezinsleven vormt.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van procedures van de echtgenoot wordt afgewezen omdat deze niet voor appellante zelf zijn gemaakt.