ECLI:NL:CRVB:2012:BV7231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellante, voormalig medewerkster DKG-bepaling, werd wegens rugklachten en hernia-operaties arbeidsongeschikt verklaard en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV besloot haar uitkering te beëindigen per 31 augustus 2009, omdat zij geschikt werd geacht haar eigen werk te hervatten met inachtneming van medische beperkingen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen na onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts. In hoger beroep werd zij onderzocht door een revalidatiearts, die concludeerde dat haar beperkingen niet zodanig ernstig waren dat zij haar werkzaamheden niet kon verrichten. De rechtbank en vervolgens de Raad volgden dit oordeel, ondanks de door appellante overgelegde medische stukken waaruit fibromyalgie zou blijken.
De Raad benadrukte dat de diagnose fibromyalgie niet leidt tot een ander oordeel over haar belastbaarheid en bevestigde het eerdere besluit. Er waren geen bijzondere feiten of omstandigheden die aanleiding gaven af te wijken van het medisch oordeel van de deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.