ECLI:NL:CRVB:2012:BV7367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag nabestaandenuitkering op grond van de Anw
Appellante, woonachtig in Marokko, diende in 2005 een aanvraag in voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) na het overlijden van haar echtgenoot. Deze aanvraag werd afgewezen en na bezwaar en beroep gehandhaafd. In 2010 deed zij een nieuwe aanvraag, waarbij zij wees op haar financiële afhankelijkheid, het ontbreken van inkomsten en haar gezondheidssituatie. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond en bevestigde het toetsingskader dat bij herhaalde aanvragen alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden tot herziening kunnen leiden. Appellante stelde in hoger beroep dat zij destijds niet was geïnformeerd over de mogelijkheid van vrijwillige verzekering, maar de Raad oordeelde dat deze grond buiten beschouwing moest blijven omdat deze niet in de bezwaarprocedure was aangevoerd.
De Raad concludeerde dat de Svb in redelijkheid gebruik kon maken van haar bevoegdheid op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om appellante in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.