ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2138

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-3545 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke procedure

Verzoekster heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, maar het griffierecht is niet betaald binnen de daarvoor gestelde termijn. De Raad heeft vastgesteld dat verzoekster geen geldige reden heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die haar verzuim kunnen rechtvaardigen.

Tijdens de zitting op 28 januari 2013 waren partijen niet aanwezig, ondanks dat de Sociale verzekeringsbank voorafgaand bericht had ontvangen. De Raad heeft het verzet daarom ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding om verzoekster te veroordelen in de proceskosten.

De uitspraak is gedaan op 22 februari 2013 door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

12/3545 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 maart 2012, 11/3129
Partijen:
[A. te B. ] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 22 februari 2013
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 5 oktober 2012 heeft de Raad het door verzoekster gedane verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 maart 2012, 11/3129, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 5 oktober 2012 heeft verzoekster verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 5 oktober 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 30 juli 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft verzoekster geen verklaring gegeven voor het feit dat zij het griffierecht niet heeft betaald.
Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat verzoekster niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 22 février 2013.