ECLI:NL:CRVB:2012:BV7530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens deugdelijke medische grondslag
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar een WIA-uitkering toe te kennen. Het Uwv had op 28 juni 2010 besloten dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering, en dit besluit werd op 14 oktober 2010 in bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep ondanks een formele onbevoegdheid, omdat partijen geen bezwaar maakten tegen deze procedurele afwijking. De rechtbank oordeelde dat het besluit van het Uwv berust op een deugdelijke medische grondslag, waarbij de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts het dossier grondig hadden beoordeeld, inclusief rapportages van psychotherapeut drs. A. van Mazijk.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar ziektebeeld alleen maar verslechterde en overhandigde een brief van psychiater drs. B.H.M.J. Sonnenschein met diagnoses die echter niet onderbouwd waren en niet betrekking hadden op de datum van het besluit. De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die aanleiding gaven tot een ander oordeel en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens een deugdelijke medische grondslag.