ECLI:NL:CRVB:2012:BV7600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Anw-uitkering wegens niet-toelating vrijwillige verzekering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) nadat haar echtgenoot, die in 2007 overleed, niet was toegelaten tot de vrijwillige verzekering. De echtgenoot had in juli 2000 een verzoek tot vrijwillige verzekering ingediend, dat door de Sociale verzekeringsbank (Svb) bij besluit van 11 december 2000 werd afgewezen.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de Anw en niet vrijwillig verzekerd was. Appellante stelde dat de Svb haar echtgenoot onvoldoende had geïnformeerd over de mogelijkheid van vrijwillige verzekering, waardoor de Svb volgens haar van de dwingendrechtelijke bepalingen van de Anw zou moeten afwijken.
De Raad overweegt dat het verzoek tot vrijwillige verzekering daadwerkelijk was afgewezen en dat hiertegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. Er is geen bewijs dat de echtgenoot onvoldoende geïnformeerd was of dat er bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van de wet rechtvaardigen. Daarom wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en de weigering van de Anw-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Anw-uitkering wegens niet-toelating tot de vrijwillige verzekering.