ECLI:NL:CRVB:2012:BV7691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslagverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten
De erven van betrokkene hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar tegen de afwijzing van een kinderbijslagaanvraag ongegrond verklaarde. Betrokkene had in 2005 kinderbijslag aangevraagd voor drie kinderen, maar zij kwam niet in aanmerking omdat zij niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) had dit al eerder in 1996 en 2006 vastgesteld en de besluiten waren onherroepelijk.
De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de Svb het eerdere besluit niet handhaafde, maar bij een nieuw besluit in 2009 werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De Raad overweegt dat het verzoek van appellanten neerkomt op een verzoek om terug te komen van eerdere, onherroepelijke besluiten, waarvoor geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding tot het toepassen van artikel 8:75 Awb Pro en de stelling dat er ten onrechte geen nieuwe hoorzitting heeft plaatsgevonden wordt verworpen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de kinderbijslagaanvraag bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten.