ECLI:NL:CRVB:2012:BV7772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van belang na toekenning Ziektewet-uitkering
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter inzake een Ziektewet-uitkering. Na een tussenuitspraak op 5 oktober 2011 heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarin appellant alsnog met ingang van 14 juni 2009 in aanmerking is gebracht voor een Ziektewet-uitkering, met een vastgesteld dagloon van €131,14.
Appellant gaf aan dat met deze toekenning grotendeels aan zijn oorspronkelijke beroep was voldaan, maar verzocht alsnog om vergoeding van de kosten van zijn raadsman in hoger beroep. Het UWV nam hierover geen beslissing in het nieuwe besluit. De Raad stelde vast dat appellant geen belang meer had bij een inhoudelijke voortzetting van het hoger beroep, omdat het resultaat dat met het beroep werd nagestreefd reeds was bereikt.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €1.092,50. De uitspraak werd gedaan door rechter H.G. Rottier op 29 februari 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer heeft na toekenning van de Ziektewet-uitkering.