ECLI:NL:CRVB:2012:BV7774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering naar arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 procent
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van betrokkene tegen een herzieningsbesluit van zijn WAO-uitkering gegrond verklaarde.
Betrokkene ontving een WAO-uitkering berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%, maar per 19 juni 2008 werd dit herzien naar 45 tot 55%. De rechtbank oordeelde dat het besluit van UWV niet op een deugdelijke medische grondslag berustte, omdat de bezwaarverzekeringsarts de gezondheidstoestand van betrokkene niet opnieuw had beoordeeld en zich onterecht baseerde op oudere rapportages.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de bezwaarverzekeringsarts beschikte over voldoende actuele informatie en dat er geen aanwijzingen zijn dat de situatie van betrokkene in 2008 was veranderd. Ook de arbeidskundige beoordeling is volgens de Raad adequaat en de geduide functies zijn medisch geschikt voor betrokkene.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, met uitzondering van de bepalingen over proceskosten en griffierecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het herzieningsbesluit van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.