ECLI:NL:CRVB:2012:BV7860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht over onroerende zaken in het buitenland
Betrokkene had bijstand aangevraagd en verklaard een appartement te hebben verkocht, maar kon geen bewijs van verkoop overleggen. Onderzoek wees uit dat de woning voor een 'vriendenprijs' was verkocht, veel lager dan de marktwaarde. De gemeente beëindigde de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en stelde een nieuwe aanvraag buiten behandeling omdat betrokkene niet alle gevraagde gegevens verstrekte.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene het appartement niet meer bezat bij aanvang van de bijstand en dat zij geen geld uit de verkoop meer had. De gemeente stelde dat betrokkene mogelijk over een tweede onroerende zaak beschikte, gebaseerd op een buitenlandse echtscheidingsbeschikking, maar de Raad concludeerde dat deze beschikking onvoldoende bewijs bood voor eigendom van een tweede onroerende zaak.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep van de gemeente af. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 28 februari 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.