ECLI:NL:CRVB:2012:BV7906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellant en zijn partner ontvingen sinds 1999 bijstand. Naar aanleiding van een fraudemelding onderzocht het College de rechtmatigheid van de bijstandverlening. Het College stelde vast dat appellant en zijn partner meerdere auto’s kortstondig op hun naam hadden staan, zonder administratie over de transacties te overleggen, en trok de bijstand over 14 maanden in en vorderde terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de auto’s weinig waard waren en dat eventuele inkomsten niet in verhouding stonden tot de terugvordering. De Raad beoordeelde dat zeven auto’s slechts kortstondig op naam stonden en daarom als handelsobjecten konden worden aangemerkt, wat een schending van de inlichtingenverplichting inhoudt.
De Raad oordeelde dat appellant geen controleerbare gegevens had geleverd om aan te tonen dat hij recht had op aanvullende bijstand. Het College was bevoegd de bijstand over de betreffende maanden in te trekken en terug te vorderen. Wel vernietigde de Raad het besluit voor december 2002 wegens onvoldoende bewijs van autohandel en stelde de terugvordering voor dat jaar vast op een lager bedrag. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over december 2002 wordt vernietigd, de overige intrekkingen en terugvorderingen worden bevestigd, en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.