ECLI:NL:CRVB:2012:BV7924

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4906 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vergoeding tandheelkundige kosten vervolgde oorlogsslachtoffer

Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om vergoeding van kosten voor tandheelkundige behandeling, specifiek voor vervanging van kronen die al sinds de jaren '70 aanwezig zijn. Verweerder wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen.

In beroep stelde appellant dat de gebitsproblemen in causaal verband staan met zijn oorlogservaringen, hetgeen door partijen niet werd betwist. Verweerder stelde echter terecht dat voor vergoeding een behandelplan en kostenbegroting van de behandelend tandarts vereist zijn. De door appellant overgelegde declaratie voldeed niet aan deze voorwaarden.

De Raad oordeelde dat appellant, indien hij vergoeding wil ontvangen, alsnog een behandelplan en kostenbegroting moet overleggen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een behandelplan en kostenbegroting voor vergoeding van tandheelkundige kosten.

Uitspraak

10/4906 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], (appellant),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, thans: de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank, (verweerder)
Datum uitspraak: 1 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), is in deze zaak de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de plaats getreden van de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR). Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUV van de PUR.
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 19 augustus 2010, kenmerk BZ01182050, (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2012. Appellant is verschenen en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.
II. OVERWEGINGEN
1. In dit geding zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1. Appellant, geboren in 1940 in het voormalige Nederland-Indië, is in 1989 erkend als vervolgde in de zin van de Wuv.
1.2. In december 2009 heeft appellant verzocht om vergoeding van kosten van tandheelkundige behandeling. De vele kronen die al in de jaren ’70 zijn aangebracht moeten worden vervangen. Bij besluit van 20 april 2010 is hierop door verweerder afwijzend beslist, welke afwijzing na bezwaar is gehandhaafd bij het bestreden besluit.
2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep naar voren is gebracht overweegt de Raad als volgt.
2.1. Gezien de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende advisering door de tandheelkundig adviseur M. Schächter en hetgeen ter zitting van de zijde van verweerder naar voren is gebracht, is tussen partijen niet in geschil dat de gebitsproblemen van appellant in causaal verband staan met zijn oorlogservaringen. Appellant heeft ondanks goed onderhoud al op jonge leeftijd een groot aantal kronen moeten laten aanbrengen.
2.2. Verweerder mag voor de vaststelling van de medische noodzaak voor een gebitsrehabilitatie als voorwaarde stellen dat er een behandelplan en een kostenbegroting van de behandelend tandarts wordt overgelegd. De door appellant in bezwaar overgelegde declaratie met betrekking tot een geplaatste kroon is daartoe niet voldoende.
2.3. Ter zitting is gebleken dat thans al op korte termijn met de rehabilitatie van het gebit (onder meer met implantaten) zal worden begonnen. Als appellant voor vergoeding van die rehabilitatie in aanmerking wil komen zal hij dus een behandelplan en een kostenbegroting van zijn behandelend tandarts en/of kaakchirurg moet overleggen.
3. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.
4. Er is ten slotte geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2012.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) R.L.G. Boot.
HD