ECLI:NL:CRVB:2012:BV7928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurachterstand wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand om de kosten van achterstallige huur te dekken. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees deze aanvraag af op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f (oud), van de WWB, omdat appellante beschikte over de middelen om in haar noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 49, aanhef en onder b (oud), van de WWB, die een uitzondering op de hoofdregel zouden rechtvaardigen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet over voldoende middelen beschikte en dat er wel zeer dringende redenen waren.
De Raad concludeerde dat appellante ten tijde van de huurachterstand een Ziektewetuitkering ontving die hoger was dan de bijstandsnorm, en dat beslaglegging op deze uitkering niet afdoet aan haar middelenpositie vanwege de bescherming van de beslagvrije voet. Tevens was geen sprake van schulden die haar directe bestaansvoorziening bedreigden en gold het tweede kansbeleid waardoor huisuitzetting niet dreigde.
Daarom was het college terecht niet bevoegd bijzondere bijstand te verlenen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad onthield zich van een oordeel over de toepassing van artikel 35 WWB Pro en wees proceskosten af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor huurachterstand wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen en het beschikken over voldoende middelen.