ECLI:NL:CRVB:2012:BV7936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid college tot herziening en terugvordering bijstand ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en had vanaf november 2008 een parttime baan met een inkomen van €700 per maand. Het college herzag de bijstand over de periode november 2008 tot juni 2009 en vorderde een bedrag van €6.136,04 terug wegens te veel ontvangen bijstand. Na bezwaar verlaagde het college het terug te vorderen bedrag tot €5.882,04, waarbij het meewoog dat de Dienst Werk en Inkomen wist of had kunnen weten van de inkomsten van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. De rechtbank stelde vast dat appellante wist dat zij te veel bijstand ontving en dat het college geen handelingen had verricht waardoor appellante mocht vertrouwen op het rechtmatig ontvangen van het bedrag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad vond dat het college terecht toepassing gaf aan artikel 54, derde lid, aanhef en onder b, van de WWB. De brief van appellante aan de Dienst Werk en Inkomen waarin zij erkende te veel bijstand te ontvangen, was doorslaggevend. Er was geen sprake van een ondubbelzinnige toezegging dat terugvordering niet zou plaatsvinden. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd, waarbij het college bevoegd is tot herziening en terugvordering van de bijstand.