ECLI:NL:CRVB:2012:BV7982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almelo, waarbij bijstand aan [M.] werd ingetrokken en teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met appellant. De sociale recherche stelde vast dat zij vanaf 5 juni 1997 tot 31 oktober 2007 samenwoonden en zorg droegen voor elkaar.
Het college had bijstand ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd, hetgeen door de rechtbank Almelo werd bevestigd. Appellant voerde aan dat hij slechts kostganger was en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat het college eerder had vastgesteld dat geen gezamenlijke huishouding bestond.
De Raad oordeelde dat appellant en [M.] hun hoofdverblijf deelden en wederzijdse zorg droegen, zoals gezamenlijke kostenbetaling en financiële ondersteuning. Dit overschreed de zakelijke relatie van kostganger. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat het college op basis van nieuwe feiten mocht terugkomen op eerdere bevindingen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.