ECLI:NL:CRVB:2012:BV8193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht Wajong-uitkering bij late aanvraag wegens psychische stoornis
Appellant vroeg op 6 oktober 2006 een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds 1 april 1994. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar gegrond en kende de uitkering toe met ingang van 6 oktober 2005, één jaar voor de aanvraagdatum.
Appellant stelde dat zijn schizofrenie en beperkte sociale contacten hem belemmerden om tijdig een aanvraag te doen en dat er sprake was van een bijzonder geval dat een langere terugwerkende kracht rechtvaardigt. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellant al vroegtijdig bewust had moeten zijn van zijn ernstige psychische problemen en dat er geen medische gegevens waren die aantonen dat hij continu niet in staat was zijn belangen adequaat te behartigen. Bovendien kon appellant wel contact zoeken met uitzendbureaus en rechtshulpverleners, wat wijst op voldoende handelingsbekwaamheid.
Daarom was er geen reden om af te wijken van de regel dat een Wajong-uitkering maximaal één jaar terugwerkende kracht kan hebben. Onbekendheid met de regelgeving vormt geen geldige verontschuldiging voor het late indienen van de aanvraag.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen bijzondere omstandigheden bestaan voor een terugwerkende Wajong-uitkering langer dan één jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum.