ECLI:NL:CRVB:2012:BV8221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over beëindiging Ziektewetuitkering wegens onjuiste maatstaf arbeid
Appellant meldde zich ziek op 2 januari 2009 wegens klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 22 april 2009, omdat appellant geschikt zou zijn voor zijn arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij de functie van tuinbouwmedewerker als maatstaf werd genomen.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie van zijn huisarts of behandelend arts op te vragen en onvoldoende rekening te houden met reumatische klachten. Het UWV had de maatstaf 'zijn arbeid' onjuist vastgesteld, aangezien appellant feitelijk als voltijdse heftruckchauffeur werkte.
De Raad oordeelde dat het UWV inderdaad een onjuiste maatstaf hanteerde, waardoor het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd moesten worden. Desondanks werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant met ingang van 22 april 2009 geschikt was voor de functie van heftruckchauffeur. De rechtsgevolgen van het besluit blijven daarom in stand.
Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. De Raad benadrukte dat de diagnose reumatoïde artritis niet alleen op basis van een hoge reumafactor kan worden gesteld en dat de medische situatie van appellant pas in 2010 verslechterde.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste maatstaf arbeid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.