ECLI:NL:CRVB:2012:BV8281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 1998 bijstand en werd verdacht van het verzwijgen van vier bankrekeningen bij KBC Bank in België, waaronder een effectenrekening en zichtrekening op zijn naam en twee rekeningen van zijn echtgenote waarvoor hij volmachthebber was. Het college verzocht appellant om bankafschriften, maar hij voldeed hier niet aan. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd over meerdere perioden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door geen betrouwbare gegevens te verstrekken en onvoldoende inzicht te geven in zijn financiële situatie vanaf 1998. De bankafschriften die appellant wel aanleverde waren onduidelijk en onvoldoende om het recht op bijstand vast te stellen.
Appellant voerde aan dat terugvordering ernstige gevolgen heeft voor zijn echtgenote en schoonmoeder, maar de Raad vond dit geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.