ECLI:NL:CRVB:2012:BV8670

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3643 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

Appellant verzocht in 2005 om herziening van een besluit uit 1982 waarbij zijn WAO-uitkering was ingetrokken omdat hij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Het UWV weigerde terug te komen op dit besluit, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat zijn stelling dat hij nog steeds ziek of arbeidsongeschikt is, niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kan worden aangemerkt. Appellant had dit niet met stukken onderbouwd.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp de herhaalde stellingen van appellant zonder nieuwe aanknopingspunten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit uit 1982 wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

11/3643 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, 10/2346 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 9 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door A. Anandbahadoer.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 26 november 1982 heeft de rechtsvoorganger van het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 1 januari 1983 ingetrokken, omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant heeft tegen dat besluit geen rechtsmiddelen aangewend. In 1982 is appellant teruggekeerd naar Marokko, waar hij sedertdien verblijft.
1.2. In reactie op een aanvraag van appellant in 2005 om een arbeidsongeschiktheidsuitkering, heeft het Uwv meegedeeld deze aanvraag aan te merken als een verzoek om herziening van het besluit van 26 november 1982.
2.1. Bij besluit van 9 december 2009 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van het besluit van 26 november 1982, om reden dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat laatstgenoemd besluit onjuist zou zijn.
2.2. Bij besluit van 14 april 2010 (het bestreden besluit), heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 december 2009 ongegrond verklaard.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen met het Uwv van oordeel te zijn dat de door appellant in beroep - en bij zijn aanvraag - naar voren gebrachte stelling dat hij (nog altijd) ziek dan wel arbeidsongeschikt is, niet als een nieuw feit of veranderde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt. Appellant heeft niet (met stukken onderbouwd) gesteld dat thans is gebleken dat destijds van onjuiste feiten of omstandigheden is uitgegaan. Gelet hierop heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv bevoegd was om het verzoek van appellant af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluitvorming en dat het Uwv in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
4. De Raad kan zich volledig vinden in de overwegingen en het daarop gebaseerde oordeel van de rechtbank. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, neerkomend op een herhaling van zijn stelling dat hij destijds in Nederland heeft gewerkt, ziek is geworden en sedertdien ziek is gebleven, bevat geen aanknopingspunten voor aanvullende overwegingen.
5. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2012.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) G.J. van Gendt.
GdJ