ECLI:NL:CRVB:2012:BV8836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies
Appellant meldde zich ziek met nek-, rug-, hoofdpijn- en psychische klachten en vroeg met terugwerkende kracht een Ziektewetuitkering aan. Het UWV besloot dit te weigeren omdat appellant geschikt werd geacht voor ten minste één functie die in het kader van de Wet WIA was vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het UWV-besluit bevestigde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat medische stukken en een rapport van een re-integratiebedrijf niet juist waren beoordeeld.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de medische stukken geen aanleiding gaven om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid. De medische informatie die betrekking had op de datum in geschil toonde geen verslechtering van de toestand. De rapportages van het re-integratiebedrijf waren niet relevant voor de datum in geschil en onvoldoende medisch onderbouwd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.