ECLI:NL:CRVB:2012:BV8902
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring van verzet wegens niet tijdig indienen van gronden
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft het hoger beroep op 5 augustus 2011 niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 16 januari 2012, waarbij appellant wel aanwezig was maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) niet. De Raad heeft ambtshalve onderzocht of het verzet ontvankelijk was.
Uit het dossier blijkt dat appellant binnen de gestelde termijn van vier weken, zoals vermeld in de aangetekend verzonden brief van 10 oktober 2011, geen gronden voor het verzet heeft ingediend. Ook na het verstrijken van deze termijn zijn geen gronden ingediend. Er zijn geen feiten of omstandigheden die aantonen dat dit verzuim appellant niet kan worden verweten.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan op 27 februari 2012 door rechter T.G.M. Simons.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van gronden binnen de gestelde termijn.