ECLI:NL:CRVB:2012:BV8902

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-2939 WAO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring van verzet wegens niet tijdig indienen van gronden

Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft het hoger beroep op 5 augustus 2011 niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld op de zitting van 16 januari 2012, waarbij appellant wel aanwezig was maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) niet. De Raad heeft ambtshalve onderzocht of het verzet ontvankelijk was.

Uit het dossier blijkt dat appellant binnen de gestelde termijn van vier weken, zoals vermeld in de aangetekend verzonden brief van 10 oktober 2011, geen gronden voor het verzet heeft ingediend. Ook na het verstrijken van deze termijn zijn geen gronden ingediend. Er zijn geen feiten of omstandigheden die aantonen dat dit verzuim appellant niet kan worden verweten.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan op 27 februari 2012 door rechter T.G.M. Simons.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van gronden binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

11/2939 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2011, 10/1725 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 27 februari 2012
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 5 augustus 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 5 augustus 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 januari 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De Raad stelt in dat verband vast dat appellant binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 10 oktober 2011 gestelde termijn van vier weken geen gronden van het verzet heeft ingediend. Ook na het verstrijken van die termijn zijn geen gronden ingediend.
Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit niet aan appellant kan worden verweten, is niet is gebleken.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2012.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
IvR