ECLI:NL:CRVB:2012:BV8908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet behouden algemeen geaccepteerde arbeid door eigen toedoen
Appellant was werkzaam als magazijnmedewerker en meldde zich ziek op 5 april 2007. Vanaf 19 mei 2008 was hij geschikt voor aangepast werk, maar hervatte dit niet. Op 25 september 2008 werd hij op staande voet ontslagen omdat hij zich niet had gemeld voor aangepast administratief werk. Appellant vroeg bijstand aan, die werd toegekend maar met een maatregel van 100% verlaging gedurende een maand vanwege het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid door eigen toedoen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar tegen deze maatregel ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich wel had gemeld maar door rugklachten halverwege de reis ziek moest melden en dat het ontslag op staande voet hem niet kon worden verweten. Ook stelde hij dat het conflict met de werkgever in der minne was geregeld.
De Raad oordeelde dat appellant geen verifieerbare gegevens had overlegd die zijn afwezigheid op 25 september 2008 konden rechtvaardigen en dat het ontslag hem in overwegende mate kon worden toegerekend. De betaling van achterstallig loon deed hieraan niet af. Het college mocht daarom de bijstand verlagen conform artikel 18, tweede lid, WWB. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wegens het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid door eigen toedoen wordt bevestigd.