ECLI:NL:CRVB:2012:BV8965
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde aan dat hij het griffierecht wel had betaald door een bedrag te zenden bij brief van 3 juni 2011.
De Raad stelde vast dat in haar financiële administratie geen betaling was aangetroffen en dat ook geen brief van appellant van 3 juni 2011 was ontvangen. Appellant kon zijn stelling niet met stukken onderbouwen. Tijdens de zitting op 16 januari 2012 was appellant niet verschenen en ook het UWV was niet aanwezig.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en wees het verzoek van appellant om toezending van een nieuwe acceptgirokaart af. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 27 februari 2012.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.