ECLI:NL:CRVB:2012:BV8969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen zonder uitzicht op voortzetting dienstverband
Appellante was sinds 2001 als secretaresse werkzaam bij het Stadsgewest Haaglanden en kende een hoog ziekteverzuim. Vanaf 2006 ontstonden problemen in de samenwerking met collega’s en haar leidinggevende, die medio 2007 escaleerden. Na een mediationpoging werd ingezet op haar vertrek uiterlijk per 1 september 2009, waarbij zij een opleiding en outplacementtraject kreeg aangeboden. Dit leidde niet tot een andere functie.
Het dagelijks bestuur besloot appellante te ontslaan wegens verstoorde arbeidsverhoudingen, een besluit dat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep stelde appellante dat zij recht had op een gunstiger ontslagregeling vanwege inkomensschade. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur geen overwegend aandeel had in de impasse en dat er voldoende grond was voor ontslag volgens artikel 8:8 van Pro de CAR/HUWO.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij werd benadrukt dat het dagelijks bestuur redelijke inspanningen had verricht om de situatie te verbeteren, waaronder coaching, mediation, opleiding en outplacement. Omdat appellante niet akkoord ging met een minnelijke regeling, was ontslag onvermijdelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een gunstiger uitkeringsregeling of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens verstoorde arbeidsverhoudingen wordt bevestigd zonder toekenning van een gunstiger uitkeringsregeling.