ECLI:NL:CRVB:2012:BV8979

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-7113 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WAO-zaken afgewezen wegens termijnoverschrijding

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een WAO-zakenprocedure. De Centrale Raad van Beroep verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de termijn voor het indienen van het hoger beroep had overschreden.

Appellant diende vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Dit verzet werd ter zitting behandeld, waarbij appellant en het UWV niet verschenen. De Raad stelde ambtshalve vast dat het verzetschrift te laat was ingediend, namelijk na de uiterste datum van 9 september 2011.

Appellant gaf als reden voor de termijnoverschrijding zijn gezondheidstoestand op, maar leverde geen medische stukken aan ter onderbouwing hiervan. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de gehele verzetstermijn niet in staat was het verzetschrift tijdig in te dienen.

Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzetschrift.

Uitspraak

10/7113 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2010, 10/1995 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 27 februari 2012
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 29 juli 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 juli 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 januari 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 9 september 2011. Het door appellant ingediende verzetschrift is gedateerd 19 september 2011 en is op 29 september 2011 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
Bij brief van 13 oktober 2011 heeft de Raad bij appellant geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Bij brief van 31 oktober 2011 heeft appellant geantwoord dat hij in verband met zijn gezondheidstoestand niet in staat is geweest om tijdig een verzetschrift in te dienen.
De Raad stelt vast dat appellant geen medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij gedurende de gehele verzetstermijn buiten staat is geweest een verzetschrift in te (laten) dienen. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest, moet het verzet daarom
niet-ontvankelijk worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2012.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
IvR
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare l’ opposition contre la présente décision interjeté non-recevable.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 27 février 2012.