ECLI:NL:CRVB:2012:BV9100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geen toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak volgens WAO
Appellant had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak waarvoor hij reeds een WAO-uitkering ontving.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de medische rapporten en onderzoeken geen aanwijzingen gaven voor een verslechtering die tot een hogere uitkering zou leiden. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde eveneens dat er geen nieuwe medische gegevens waren die aanleiding gaven het eerdere standpunt te wijzigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn rug- en enkelklachten waren toegenomen, maar de Raad vond in de door appellant overgelegde medische stukken, waaronder een brief van een orthopedisch chirurg en afspraakkaarten, geen objectieve aanwijzingen die zijn stelling ondersteunden.
De Raad oordeelde dat de rechtbank met juistheid had vastgesteld dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak en bevestigde het bestreden besluit. Het hoger beroep werd verworpen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat geen toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak bestaat, wordt bevestigd.