ECLI:NL:CRVB:2012:BV9410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep bijstand naar gehuwdennorm wegens ontbreken bezwaar
Appellanten ontvingen bijstand en maakten bezwaar tegen besluiten over terugvordering en bijstandsnormen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen. Het college stelde bij besluit van 22 maart 2010 vast dat appellante recht had op bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder over een bepaalde periode en zag af van terugvordering.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij vanaf 29 juni 2006 geen gezamenlijke huishouding voerden en beiden recht hadden op een afzonderlijke uitkering. De Raad oordeelde dat appellanten tegen het besluit waarbij bijstand werd verleend naar de gehuwdennorm geen bezwaar hadden gemaakt en dat dit hen redelijkerwijs kan worden verweten. Daarom verklaarde de Raad het beroep voor dat onderdeel niet-ontvankelijk.
Tegen het besluit van 22 maart 2010 werden geen afzonderlijke gronden aangevoerd, zodat het beroep hiertegen ongegrond werd verklaard. De Raad wees het beroep voor zover het betrekking had op de bijstand naar de gehuwdennorm af en bepaalde dat het griffierecht aan appellanten werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard voor het onderdeel bijstand naar de gehuwdennorm en ongegrond voor het besluit van 22 maart 2010.