ECLI:NL:CRVB:2012:BV9412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor medicijn- en matraskosten wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van medicijnen en een matras, maar deze aanvraag werd door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht afgewezen vanwege het bestaan van een voorliggende voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep erkenden appellanten de aanwezigheid van een voorliggende voorziening, maar stelden dat er zeer dringende redenen waren op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) die het verlenen van bijzondere bijstand toch noodzakelijk maakten.
Appellanten voerden aan dat zij schulden hadden door een onrechtmatige inval van de sociale recherche in 2006, waardoor zij financieel niet in staat waren een aanvullende ziektekostenverzekering af te sluiten. De Raad oordeelde echter dat de aangevoerde omstandigheden niet voldeden aan de vereiste acute noodsituatie die onvermijdelijkheid van bijstand rechtvaardigt.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor medicijn- en matraskosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.