ECLI:NL:CRVB:2012:BV9413

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/1669 WWB + 10/1670 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WWBArt. 16 WWB
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor tandarts, medicijnen en brillen wegens ontbreken acute noodsituatie

Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van tandarts, medicijnen en brillen, maar het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees deze aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep erkenden appellanten dat er een voorliggende voorziening was, maar stelden dat er zeer dringende redenen waren om toch bijstand toe te kennen, vanwege schulden die zij hadden door een onrechtmatige inval van de sociale recherche in 2006 en de daaropvolgende besluitvorming.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 16, eerste lid, WWB alleen bijstand toestaat in geval van een acute noodsituatie die op geen enkele andere wijze kan worden verholpen. De aangevoerde omstandigheden van appellanten rechtvaardigden volgens de Raad niet de conclusie dat er sprake was van een dergelijke acute noodsituatie. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Er werd geen aanleiding gezien om appellanten te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 maart 2012 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.

Uitspraak

10/1669 WWB
10/1670 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden wonende te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 10 februari 2010, 09/11 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellanten
en
het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (college)
Datum uitspraak: 20 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. D. Osmic, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 februari 2012, samen met een aantal andere gevoegde zaken van appellanten. Voor appellanten is mr. Osmic verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door H.M. Pluijmaeckers. In de gevoegde zaken, voor zover niet ingetrokken of aangehouden, wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellanten hebben op 25 april 2008 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de tandarts, medicijnen en brillen.
1.2. Bij besluit van 19 mei 2008 heeft het college de aanvraag afgewezen.
1.3. Bij besluit van 24 november 2008 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellanten tegen het besluit van 19 mei 2008 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellanten tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep hebben appellanten erkend dat sprake is van een voorliggende voorziening. Zij hebben aangevoerd dat sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) op grond waarvan niettemin bijzondere bijstand moet worden toegekend. Appellanten hebben gesteld dat zij schulden hebben als gevolg van een onrechtmatige inval van de sociale recherche in 2006 en de hierop gevolgde besluitvorming, waardoor zij sinds medio 2006 niet langer twee uitkeringen meer hebben, maar één bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden. Door die schulden zijn zij niet in staat geweest een aanvullende ziektekostenverzekering af te sluiten.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Het eerste lid van artikel 16 van Pro de WWB, biedt de mogelijkheid om in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de WWB, bijstand te verlenen indien, gelet op alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Blijkens de memorie van toelichting op artikel 16 van Pro de WWB dient in een dergelijk geval vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand volstrekt onvermijdelijk is.
4.2. Hetgeen appellanten hebben aangevoerd, rechtvaardigt niet de conclusie dat er ten tijde van belang sprake was van een acute noodsituatie, zodat de aanvraag terecht is afgewezen.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2012.
(get.) E.J.M. Heijs.
(get.) R. Scheffer.
HD